Bekwame fraudeur gedijt waar tegenspraak ontbreekt
Vrouwenfelder verwijst naar Nick Leeson, die in 1995 Barings Bank ten val bracht. Hij verborg miljoenenverliezen met een vervalste brief die auditors zonder meer accepteerden. Zulke daders combineren vakkennis met overtuigingskracht en weten precies hoe beheersmaatregelen werken. Maar ze hebben ook de juiste omstandigheden nodig: rechten die nooit zijn ingetrokken, handtekeningen die zonder controle worden gezet en afnemende sociale controle op de werkvloer. Onderzoek onder veroordeelde fraudeurs laat bovendien zien dat fraude meestal geleidelijk ontstaat. Waar collega's niet tegenspreken, gaat gedrag dat eerst ondenkbaar was langzaam normaal voelen.
Voor auditors betekent dit volgens Vrouwenfelder dat ze verder moeten kijken dan procesrisico's. Hij pleit voor periodieke audits die specifiek gericht zijn op fraudeomstandigheden, waarin inzicht in de organisatiecultuur wordt gecombineerd met data-analyse van fraudepatronen. De vraag is dan niet of een organisatie kwetsbaar is voor fraude, maar waar een bekwame fraudeur vandaag al ongezien zijn gang kan gaan. Fraudebestrijding draait daarmee niet alleen om sluitende controles, maar vooral om een organisatie waarin tegenspraak vanzelfsprekend is.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op de site van Audit Magazine.