Europa profiteert meer van Amerikaanse productiviteitsgroei dan vaak wordt gedacht
De Verenigde Staten realiseren al jaren een hogere groei van de arbeidsproductiviteit dan Europa. Toch betekent dat volgens econoom Paul Krugman niet automatisch dat ook de welvaartskloof tussen beide economieën in hetzelfde tempo groeit. Jan Donders en Flip de Kam bespreken hoe veranderingen in de internationale ruilvoet een belangrijk deel van dat verschil kunnen verklaren.
De kern van Krugmans redenering is dat een deel van de Amerikaanse productiviteitswinst via lagere prijzen van hightechproducten terechtkomt bij afnemers wereldwijd. Europese consumenten en bedrijven profiteren daardoor van goedkopere technologie, waardoor hun reële inkomen sterker stijgt dan op basis van productiviteitscijfers alleen zichtbaar is. Voor landen als Nederland blijkt het verschil tussen arbeidsproductiviteit en reëel inkomen per gewerkt uur daardoor aanzienlijk kleiner dan vaak wordt verondersteld.
Hoewel de omvang van deze effecten onderwerp van wetenschappelijk debat blijft, onderstrepen de auteurs dat internationale vergelijkingen meer vragen dan alleen een blik op productiviteitsgroei. Wie de economische prestaties van Europa en de Verenigde Staten wil beoordelen, moet volgens hen ook rekening houden met ontwikkelingen in de ruilvoet en de invloed daarvan op de koopkracht en materiële welvaart.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op MeJudice.