Nieuwe EU-richtlijn vergroot verantwoordelijkheid van accountant bij dreigende insolventie
De op 30 maart 2026 aangenomen Richtlijn (EU) 2026/799 verplicht lidstaten om bestuurders sneller te laten handelen wanneer een onderneming richting insolventie beweegt. Bestuurders moeten in principe binnen drie maanden nadat zij weten — of hadden moeten weten — dat een onderneming insolvent is, een insolventieprocedure starten of aantoonbaar beschermende maatregelen nemen. Nederland kent traditioneel geen harde aangifteplicht voor faillissementen, maar werkt vooral met jurisprudentie rond bestuurdersaansprakelijkheid, zoals de Beklamel-norm. Toch zal de implementatie van de richtlijn naar verwachting leiden tot scherpere eisen rond transparantie, administratie en tijdige besluitvorming. Juist daar komen accountants nadrukkelijker in beeld, omdat zij in de praktijk vaak als eerste signaleren dat liquiditeit terugloopt, jaarrekeningen worden uitgesteld of betalingsproblemen ontstaan.
Volgens de auteurs verschuift de rol van accountants daarmee verder van administratieve ondersteuner naar strategische risicoadviseur. Tijdige signalering van continuïteitsproblemen, correcte deponering van jaarrekeningen, monitoring van kasstromen en het herkennen van risicovolle keuzes — zoals selectieve betalingen of oplopende belastingschulden — worden steeds belangrijker. Vooral bij dreigende insolventie groeit het belang van een goed georganiseerde administratie en aantoonbare besluitvorming. De kernboodschap van het artikel: financiële problemen ontstaan zelden plotseling, maar worden vaak zichtbaar in kleine signalen die accountants en administrateurs eerder zien dan bestuurders zelf. Met de nieuwe Europese regels krijgt die signaleringsfunctie formeel misschien weinig nieuwe taken, maar in de praktijk wel aanzienlijk meer gewicht.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op Accountancy van morgen.