Je denkt dat je cliëntacceptatie op orde is. De toezichthouder weet beter.
Afgelopen zomer las ik op deze site een artikel dat mijn aandacht trok en waar ik me behoorlijk over verwonderde. Een accountant in Roermond deed jarenlang de boekhouding voor een saunaclub. Tot het Bureau Financieel Toezicht (BFT) kwam kijken. De club had in korte tijd €4,8 miljoen cash gestort.
Laat dat even op je inwerken: 1.210 briefjes van €500 en 650 briefjes van €200. Dat zijn coupures die niet uit geldautomaten komen. Iemand heeft die briefjes fysiek bij een bank over de balie geschoven — en niemand trok aan de bel. De accountant die de boekhouding deed, meldde deze ongebruikelijke transactie niet onverwijld bij de Financial Intelligence Unit (FIU-Nederland). Bestuurlijke boete: €33.900.
Nu kun je zeggen: dat is een extreem geval, dat overkomt mij niet. Maar het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde in die zaak iets wat voor élke accountant relevant is: je hoeft niet fysiek aanwezig te zijn bij een verdachte transactie om meldplichtig te zijn. Kennis die je “in het kader van dienstverlening” opdoet — ook indirect — is voldoende. En een eerste overtreding mag direct beboet worden (ECLI:NL:CBB:2025:372). Dat is de juridische werkelijkheid van 2026.
[....]